Reisgids online

Tag - Madrid

over Barcelona

Relaxen aan het kilometerslange strand

De Olympische Spelen van 1992 bezorgden de Barcelonezen uiteindelijk een compleet vernieuwde stad. De deprimerende erfenis van veertig jaar dictatuur werd weggewerkt en de geheel verjongde Middellandse Zeemetropool werd een hotspot voor architecten, stadsplanologen en niet te vergeten toeristen. Barcelona keerde zich naar de zee: een van de populairste aanwinsten van de stad is het kilometerslange zandstrand, waar druk gezwommen wordt. Vooral in het weekend flaneren, joggen, fietsen en skaten de Barcelonezen over de door palmen omzoomde promenade, eten er paella met uitzicht op zee of relaxen er met een drankje in een strandpaviljoen of club.

Ten noorden van het Olympisch Dorp ligt de wijk Poble Nou, die nog maar pas geleden een industriële bouwval was en nu verbouwd is tot ultieme hightechwijk. Rond de imposante kantoorgebouwen, innovatiecentra en mediastudio’s is een jonge kunst- en caféscene neergestreken, soms in enorme fabriekshallen. De blikvanger van de indrukwekkende nieuwbouw is een in alle kleuren van de regenboog oplichtende reuzenfallus, de Torre Agbar, een kantoortoren die door Jean Nouvel werd ontworpen voor het waterleidingbedrijf van Barcelona.

Als het om imago gaat, tast de stad altijd diep in de buidel. Dat is ook het geval bij de renovatie van het noordelijkste stadsdeel aan de Middellandse Zee. Aan de monding van de Besòs, rond het verlengde van de hoofdverkeersader Diagonal, verrijst sinds een paar jaar een van de duurste wijken van de stad, Diagonal Mar, met exclusieve woonhuizen en kantoorgebouwen naast hoog oprijzende designhotels. De nieuwste aanwinst is het opvallende kantoor van het Spaanse telefoonbedrijf, het Edificio Telefónica Diagonal 00 van de architect Enric Massip Bosch, dat in de vorm van een ruit oprijst naar de mediterrane hemel. Opvallend is ook de knalblauwe driehoek ertegenover, het Edifici Fòrum, het Forumgebouw. Dit is een van de grootste congres- en tentoonstellingscentra van Europa, ontworpen door Zwitserse toparchitecten Herzog & de Meuron.

 

Onder Franco was het Catalaans verboden

De behoefte van de Catalanen aan grote gebaren bestaat al langer. Al in de 19de eeuw moest het voor rijke burgers allemaal zo schitterend mogelijk zijn, vooral om de gehate overheid in Madrid te imponeren. Het economisch sterke Catalonië overtroefde graag de politieke macht van Castilië, al was het maar op het gebied van kunst en architectuur. Dat verklaart misschien ook de uitbundige versierdrift van het modernisme, de Catalaanse vorm van jugendstil. Alles moest nog groter, nog luxer en nog mooier zijn dan in de Spaanse hoofdstad. En dat is eigenlijk nog steeds zo. Alleen worden er geen drakenkoppen meer gemaakt, maar gaat het nu om hypermodern design. De pijn zit diep. Catalonië was in de middeleeuwen een wereldmacht, maar moest na de 16de eeuw steeds weer buigen voor de centrale overheid van Spanje. Voor het laatst was dat tijdens het bewind van dictator Franco. De generalíssimo wilde definitief afrekenen met het opstandige gebied in het noorden en elk symbool van de Catalaanse identiteit vernietigen, te beginnen met de Catalaanse taal, die verboden werd. Aan de dictatuur van Franco kwam een eind in 1975, maar de Catalanen hebben nog steeds te maken met de gevolgen. Tegenwoordig beheerst zo’n 75 procent van de bevolking het Catalaans, maar ruim de helft gebruikt in het dagelijks leven het Spaans. Toch is een goede beheersing van het Català een belangrijke voorwaarde voor het krijgen van een baan.

 

Mediterrane zorgeloze levenshouding

Het wantrouwen en de vooroordelen van de Catalanen over Madrid (en natuurlijk omgekeerd) gaan niet zomaar weg. Als je de spontaan samendrommende juichende mensenmassa’s op de Rambla meemaakt na een overwinning van FC Barcelona op aartsrivaal Real Madrid, begrijp je dat het om meer gaat dan alleen voetbal. In Catalonië voelen de bewoners zich nog altijd het slachtoffer van de machthebbers in Madrid. Dat is wel te begrijpen, maar de eeuwige slachtofferrol komt vaak ook wel goed uit. Of het nu gaat om financiële problemen of om een mislukte planning, Madrid is altijd de boosdoener.

Ook het Catalaanse karakter speelt een rol. Daarin zie je aan de ene kant de typisch mediterrane zorgeloze levenshouding, maar aan de andere kant ook een oriëntatie op West-Europa. De Catalanen hebben altijd meer verwantschap gevoeld met de noorderburen dan met de rest van Iberisch schiereiland. Barcelona noemt zichzelf graag de noordelijkste metropool van het zuiden of de zuidelijkste stad van het noorden, en daar zit wat in. Maar dat betekent niet dat alle tegenstellingen altijd harmonieus worden opgelost. Soms botsen ze frontaal. Bijvoorbeeld in de oude binnenstad, die al sinds jaren stukje voor stukje een totale facelift ondergaat. In de gesaneerde wijk El Raval vind je in de laaggelegen, legendarische Barri Xino, de rosse buurt van Barcelona, nog heel wat resten van de duistere wereld van hoeren,criminelen en randfiguren die de Franse auteur Jean Genet heeft beschreven in zijn dagboek van de dief. Even verderop bieden de trendy straatjes rond het Museum voor Hedendaagse Kunst en de chique Rambla del Raval een heel ander beeld.

Er zijn ook andere schaduwzijden. De modernisering van de traditionele woonbuurten betekende de komst van projectontwikkelaars, speculanten, luxehotels en yuppies. Tot groeiende ergernis van de bewoners, die erover klagen dat Barcelona steeds meer buigt voor de eisen van de rijke trendsetters en toeristen. In de buurten ontbreekt het aan allerlei noodzakelijke voorzieningen voor de bewoners, maar wel zien ze luxehotels voor hun deur verrijzen. Bijvoorbeeld het 26 verdiepingen hoge W hotel in de vorm van een enorm zeil, direct aan het strand van Barcelona.

Daarom organiseren de bewoners zich in actiegroepen om de oude buurten te ‘redden’. In Barceloneta proberen ze te verhinderen dat de legendarische visserswijk, waar de buren elkaar op straat nog bij hun naam aanspreken, het ‘Miami van Europa‘ wordt. In de buurten Santa Caterina en sant Pere, waar een hippe cultuur en caféscene is ontstaan, mag het er nooit zo uit gaan zien als in de naburige wijk El Born. Daar krioelt het van de winkeltjes met kunstnijverheid en design en er zijn volop trendy bars en restaurants. Het is er allemaal prachtig gerestaureerd, maar een gewone slager of drogist voor de buurtbewoners is er niet meer te vinden, en de huren zijn voor de plaatselijke bewoners inmiddels vaak onbetaalbaar geworden. In Sant Pere zie je smalle straatjes met smeedijzeren lantaarns, die de indruk wekken dat de elektrische verlichting nog moet worden uitgevonden. Het zou ontzettend jammer zijn als de ongepolijste, authentieke charme van de middeleeuwse muren door de noodzakelijke sanering uit de buurt zou verdwijnen, mét de oorspronkelijke bewoners erbij.

 

Ingrijpend gerestylede designmetropool

Zo ver is het gelukkig nog niet. Barcelona heeft weliswaar een ingrijpende restyling ondergaan, maar de Catalaanse metropool is beslist nog lang geen saaie, moderne nieuwbouwstad en zal dat ook niet worden. Overal zie je winkels en cafés die weerstand hebben weten te bieden aan de designkoorts. En er lopen genoeg creatieve jonge mensen rond met voldoende opstandige fantasie om niet mee te willen doen aan het handelsmerk disseny barceloní.

Stel je dus in op een stad van spannende contrasten, altijd in beweging en altijd goed voor een verrassing. En niet getreurd als je niet alles hebt gezien. Zeg gewoon tegen jezelf: ‘Dat komt de volgende keer wel.’ Want wie aan het eind van zijn verblijf in Barcelona is, heeft meestal het vaste voornemen terug te komen.