Reisgids online

Tag - museum parijs

bezienswaardigheden Parijs: wandelen door Montmartre

De heuvel Montmartre, met bovenop de wit oplichtende basiliek Sacré-Coeur, trekt vanaf veel plaatsen in de stad de aandacht. Ooit woonden en werkten hier veel kunstenaars, onbemiddelde schilders kunnen de hoge huurprijzen in deze wijk echter niet meer opbrengen. Maar dat Montmartre zijn bijna dorpse karakter heeft behouden, krijg je te zien op deze twee tot drie uur durende rondwandeling.

Rondom metrostation Blanche bloeit de seksindustrie. Het middelpunt is de Moulin Rouge, die met zijn dansvoorstellingen als een van de populairste toeristenattracties geldt. De tegen de heuvel op lopende Rue Lépic met zijn traditionele levensmiddelenwinkels heeft daarentegen zijn volkse karakter behouden (in deze straat werd de film Le fabuleux destin d’Amélie Poulain opgenomen). In de Rue des Abbesses met zijn winkels en cafés is het dag en nacht een drukte van belang (in het trendy café Sancerre (nr 35) is het publiek een mix van jonge toeristen en buurtbewoners). Rustzoekers kunnen uitwijken naar de smalle Rue Burq.

Wandel nu links de Rue Durrantin in. In de naar boven leidende Rue Tholozé kun je de nog altijd dorpse sfeer opsnuiven. Bovenaan staan twee oude molens. In de ene, die in de 19de eeuw tot danszaal werd verbouwd, schilderde onder andere Auguste Renoir. Het beroemde schilderij dat hij daar maakte, getiteld Moulin de la Galette, behoort tot de duurste ter wereld. Tegenwoordig is hier restaurant Le Moulin de la Galette gevestigd. Dit was een van de lievelingsrestaurants van de beroemde chansonnière Dalida, die lange tijd aan de nabijgelegen Rue d’Orchampt (nr. 11) woonde. Links om de hoek, in de schaduwrijke Rue Junot, staan veel mooie huisjes (op nr. 15 woonde de schrijver Tristan Tzara). Zijn opvallende huis werd niet door zomaar een architect gebouwd, maar door Adolf Loos, een van de grondleggers van de Bauhausbeweging. Bewonder ook de daktuinen, vanwaar je een fantastisch uitzicht op Parijs hebt. Geen wonder dat de Rue Junot een van de duurste straten van Parijs is.

Via de Rue Dereure en een kleine trap bij de Place Casadesus wandel je langs tuinen en het Château des Brouillards naar de Place Dalida, waar een standbeeld staat van de befaamde Egyptische-Italiaanse zangeres die in deze buurt heeft gewoond. De Rue de l’Abreuvoir met zijn scheve huisjes kronkelt schilderachtig tegen de heuvel omhoog. In het midden ligt een kleine wijngaard, waarvan de oogst elk jaar in oktober aanleiding is voor een uitgelaten feest, het Fête des Vendanges. In het Maison Rose op de hoek (nr. 2) woonde de schilder Maurice Utrillo. Een paar meter lager ligt het beroemde cabaret Au Lapin Agile, dat eigendom was van de chansonnier Aristide Bruant. De eigenaar steunde destijds vele nog arme en onbekende kunstenaars. Een eind verder naar boven op nr. 12 in de Rue Cotot (in een huis uit de 17de eeuw) wordt in het Musée du Montmartre de boeiende geschiedenis van de kunstenaars van Montmartre verteld.

Door de Rue Saint-Vincent nader je vervolgens de achterkant van de oogverblindend witte, in suikertaartstijl gebouwde basiliek Sacré-Coeur. Geniet op de trap aan de voorkant van het uitzicht over Parijs. In de smalle straatjes met hun souvenirwinkels en vooral op de Place du Tertre ziet het altijd zwart van de toeristen. Veel opdringerige schilders en tekenaars zullen daar een portret van je willen maken.

Via de Rue Norvin daal je vervolgens af naar de Rue Gabrielle (op nr. 49 had Pablo Picasso zijn eerste atelier). Door de Rue Ravignan bereik je de met bomen begroeide Place Émile Goudeau. In een destijds in verval geraakt atelier in het huis met de naam Bateau-Lavoir werkte Picasso aan zijn bekenste kubistische schilderij Les demoiselles d’Avignon. Beneden nodigen vele aantrekkelijke gelegenheden uit om een hapje te komen eten. Van de Rue des Trois Frères splitst zich de nauwe Passage des Abbesses af, die uitkomt op de Place des Abbesses met zijn mooie art-nouveau metro-ingang en leuke cafés.

 

 

Nachtleven, moderne kunst en de metro in Parijs

Metro

De Parijse metro is niet de oudste ter wereld, maar heeft wel het dichtste netwerk. Niets in Parijs ligt verder dan 600 m van één van de bijna 300 stations. De metrostellen rammelen echter niet erg snel over hun rails en het metronetwerk is bijzonder kwetsbaar. Als er niet wordt gestaakt, dan leggen technische problemen, vandalisme, door jongeren geblokkeerde deuren of zelfmoordenaars het onder- en bovengrondse metroverkeer wel stil. Er wordt al tientallen jaren lang nauwelijks meer in het openbaar vervoer geïnverteerd: het net is overbelast en de voertuigen zijn verouderd. De gemiddeld dertig jaar oude treinen, de stations en de sporen zijn niet ingesteld op 5 miljoen reizigers per dag, van wie alleen al 2 miljoen op de regionale REP A- en REP B-treinen. Daarom een tip: Probeer zoveel mogelijk buiten de spits (8.00-10.00 en 17.00-19.30 uur) te reizen.

Ondanks alle problemen is de tot ca. 0.30 uur rijdende metro een van de beste vervoersmiddelen van Parijs. Op sommige plaatsen kom je nog mooie art-nouveautoegangen van Hector Guimard uit de begintijd van de metro tegen, bijvoorbeeld bij station Abbesses. De metro’s zonder bestuurder op lijn 1 en 14 zijn daarentegen gestroomlijnd en hypermodern.

 

Moderne kunst

Er zijn maar weinig steden ter wereld met zo veel musea als Parijs. De hedendaagse kunst staat tot dusver echter wat in de schaduw (ook omdat het leven in de stad voor veel kunstenaars gewoon te duur is). Maar daar gaat verandering in komen. Tijdens de jaarlijks in oktober gehouden tentoonstelling Fiac en de exposities in Palais de Tokyo zal moderne kunst weer de volle aandacht krijgen. Een nieuw cultureel centrum moet ook kunstenaars zelf een thuishaven bieden. In het Centquatre, een enorme hal uit de 19de eeuw met een gewelfd glazen dak, worden woningen en ateliers voor kunstenaars, winkels, een restaurant, een café en concertzalen gebouwd.

 

Nachtleven

De Moulin Rouge, veriététheaters, jazzclubs, pikante uitgaansbuurten als Pigalle en disco’s als Les Bains Douches: het Parijse nachtleven is legendarisch. Maar de bloeitijd is voorbij. Veel toeristen en Parijzenaars worden genadeloos opgelicht. Wie de strenge dresscodes overleeft, moet dat in de meeste gevallen duur betalen. De toegangsprijs bedraagt minimaal zo’n € 30 en daarnaast ben je nog eens zeker € 10 kwijt per drankje. Klachten van omwonenden, de metro die er al vroeg mee ophoudt, het gebrek aan taxi’s en de hoge tarieven in parkeergarages hebben ertoe geleid dat de cafés meestal al om 2.00 uur sluiten.

Zo’n 16.000 participanten van het Parijse nachtleven hebben daarom een petitie ingediend met de titel ‘Als de nacht het zwijgen wordt opgelegd’. Hiermee proberen ze begrip te kweken voor de nachtbrakers en de bijbehorende uitgaansgelegenheden. Ook het stadsbestuur heeft het probleem gesignaleerd en wijst erop dat Parijs kan bogen op ruim 200 nachtclubs en meer dan 15.000 cafés en restaurants. Dus er moet voor iedereen iets bij zitten. Voor wie op zijn budget wil letten: Voordeliger uitgaansgebieden vind je vooral rond de Bastille en in de buurt van Rue Oberkampf.