Reisgids online

Tag - parijs tips

Picknicken in Parijs

Parijzenaars zitten graag buiten. Vanwege de torenhoge prijzen op de terrassen gaan steeds meer Parijzenaars en toeristen picknicken zodra de eerste zonnestralen daartoe uitnodigen. De bekendste locatie is de voetgangersbrug Pont des Arts met uitzicht op het Louvre en île de la Cité. Op warme avonden is daar bijna elke vierkante meter bezet. Een stadspark is geen goed alternatief, omdat het gras daar meestal verboden terrein is. In de groene zones rond de Eiffeltoren mag je wel picknicken.

Nog populairder zijn ‘s middags de zonovergoten quais langs de Seine. Op zondag zijn daar delen van de weg afgesloten voor het autoverkeer. Een unieke picknickplaats is de schaduwrijke westpunt van het île de la Cité, vooral bij zonsondergang. Maar dan is het daar vaak ook erg druk. Voor liefhebbers van romantiek en dansen is de Seine-Quai Saint-Bernard een ideale locatie (linkeroever, tussen het île de la Cité en station Austerlitz). In kleine inhammen kun je daar vroeg in de avond na de picknick direct aan de Seine tangoën of salsadansen (gratis).

‘s Middags en tot later op de avond kun je geweldig picknicken aan het Canal Saint-Martin, in de buurt van de uitgaanswijk Bastille, Rue Oberkampf en Belleville. Op borden langs de romantische en door bomen omzoomde Seine staat aangegeven dat je hier vanaf 21.00 uur moet opbreken, omdat buurtbewoners last van je bezigheden kunnen hebben. Maar de borden hebben weinig zin: het aantal picknickers blijft hier groot. Overal in de stad spreiden mensen tot laat op de avond kleedjes uit, eten stokbrood met kaas of bij de traiteur of op de markt gekochte pasteitjes, quiches lorraines en zelfbereide maaltijden. Populaire dranken voor een picknick zijn cider, wijn en bier. Picknicken is een romantische en voordelige activiteit, waarbij je de sfeer van Parijs goed kunt ervaren.

Parijs autovrij

Parijs stikt in het verkeer. Niet alleen de ringweg Boulevard Périphérique is berucht om zijn opstoppingen. Ook op de in de jaren 1960 en 1970 aangelegde snelwegen langs de Seine staat het verkeer veelvuldig stil. Burgemeester Bertrand Delanoë wil het monopolie van de auto nu doorbreken. Hij heeft zich voorgenomen om Parijs op verkeersgebied leefbaarder te maken. Goede stappen in die richting waren de aanleg van busbanen en fietspaden en het opzetten van fietsverhuursysteem Vélib.

Een ander goed plan is de verhuur van elektrische auto’s (autolib), wat de Parijzenaars ervan zou moeten weerhouden een eigen auto te kopen. Sinds 2012 zijn 3000 van dit soort voertuigen, waarmee maximaal circa 250 km per keer kan worden afgelegd, te huur op ruim 1000 locaties in Parijs en in veertig voorsteden. En dat kan behalve voor Parijzenaars ook voor toeristen interessant zijn. Er zijn namelijk dag- (circa € 10) en weekkaarten (circa € 15) verkrijgbaar. Voor ieder halfuur betaal je circa € 7 extra. Reserveren kan via internet, telefonisch of ter plaatse. Maar het is de vraag of dit systeem de verkeersproblemen in de stad niet alleen maar zal vergroten.

De burgemeester heeft nog een maatregel om het autoverkeer in te perken, tot ergernis van veel automobilisten, maar misschien tot vreugde van toeristen. Op de linkeroever van de Seine wil hij tussen het Musée d’Orsay en de Eiffeltoren 2,5 km autovrij maken en de weg op de rechteroever flink versmallen. Zo wil hij ruimte maken voor tuinen met rustzones, speelplaatsen, sportvoorzieningen, cafés, kunstmatige eilanden en zelfs voor bioscopen en nachtclubs. Het uiteindelijke doel is dat de Parijzenaars en bezoekers van de stad de unieke attracties langs de Seine kunnen bezoeken. Een proefproject was Paris-Plages (strand Parijs): sinds een paar jaar wordt de weg langs de Seine-oever ‘s zomers afgesloten en volgestort met zand. Ook zijn er palmen geplant, kiosken gebouwd en worden er concerten gegeven. Daarnaast zijn nieuwe bootdiensten gepland en voor de Bibliothèque Nationale ligt nu de Piscine Josephine Baker, een zwembad op een boot.

Nachtleven, moderne kunst en de metro in Parijs

Metro

De Parijse metro is niet de oudste ter wereld, maar heeft wel het dichtste netwerk. Niets in Parijs ligt verder dan 600 m van één van de bijna 300 stations. De metrostellen rammelen echter niet erg snel over hun rails en het metronetwerk is bijzonder kwetsbaar. Als er niet wordt gestaakt, dan leggen technische problemen, vandalisme, door jongeren geblokkeerde deuren of zelfmoordenaars het onder- en bovengrondse metroverkeer wel stil. Er wordt al tientallen jaren lang nauwelijks meer in het openbaar vervoer geïnverteerd: het net is overbelast en de voertuigen zijn verouderd. De gemiddeld dertig jaar oude treinen, de stations en de sporen zijn niet ingesteld op 5 miljoen reizigers per dag, van wie alleen al 2 miljoen op de regionale REP A- en REP B-treinen. Daarom een tip: Probeer zoveel mogelijk buiten de spits (8.00-10.00 en 17.00-19.30 uur) te reizen.

Ondanks alle problemen is de tot ca. 0.30 uur rijdende metro een van de beste vervoersmiddelen van Parijs. Op sommige plaatsen kom je nog mooie art-nouveautoegangen van Hector Guimard uit de begintijd van de metro tegen, bijvoorbeeld bij station Abbesses. De metro’s zonder bestuurder op lijn 1 en 14 zijn daarentegen gestroomlijnd en hypermodern.

 

Moderne kunst

Er zijn maar weinig steden ter wereld met zo veel musea als Parijs. De hedendaagse kunst staat tot dusver echter wat in de schaduw (ook omdat het leven in de stad voor veel kunstenaars gewoon te duur is). Maar daar gaat verandering in komen. Tijdens de jaarlijks in oktober gehouden tentoonstelling Fiac en de exposities in Palais de Tokyo zal moderne kunst weer de volle aandacht krijgen. Een nieuw cultureel centrum moet ook kunstenaars zelf een thuishaven bieden. In het Centquatre, een enorme hal uit de 19de eeuw met een gewelfd glazen dak, worden woningen en ateliers voor kunstenaars, winkels, een restaurant, een café en concertzalen gebouwd.

 

Nachtleven

De Moulin Rouge, veriététheaters, jazzclubs, pikante uitgaansbuurten als Pigalle en disco’s als Les Bains Douches: het Parijse nachtleven is legendarisch. Maar de bloeitijd is voorbij. Veel toeristen en Parijzenaars worden genadeloos opgelicht. Wie de strenge dresscodes overleeft, moet dat in de meeste gevallen duur betalen. De toegangsprijs bedraagt minimaal zo’n € 30 en daarnaast ben je nog eens zeker € 10 kwijt per drankje. Klachten van omwonenden, de metro die er al vroeg mee ophoudt, het gebrek aan taxi’s en de hoge tarieven in parkeergarages hebben ertoe geleid dat de cafés meestal al om 2.00 uur sluiten.

Zo’n 16.000 participanten van het Parijse nachtleven hebben daarom een petitie ingediend met de titel ‘Als de nacht het zwijgen wordt opgelegd’. Hiermee proberen ze begrip te kweken voor de nachtbrakers en de bijbehorende uitgaansgelegenheden. Ook het stadsbestuur heeft het probleem gesignaleerd en wijst erop dat Parijs kan bogen op ruim 200 nachtclubs en meer dan 15.000 cafés en restaurants. Dus er moet voor iedereen iets bij zitten. Voor wie op zijn budget wil letten: Voordeliger uitgaansgebieden vind je vooral rond de Bastille en in de buurt van Rue Oberkampf.

 

Huiskamerrestaurants in Parijs

Home sweet home. In Parijs zijn diverse huiskamerrestaurants te vinden (bijvoorbeeld op Pl. Saint-André des Arts 9). Bij Chez Clément is het thuisgevoel heel sterk. Voor gezelligheid en een maaltijd kun je ook terecht bij L’Appart (Rue du Colisée 11). Daar eet je aan tafels tussen een boekenkast en de open haard. Le Petit Keller (Rue Keller 13) is klein en knus. Het voelt hier meteen bij binnenkomst al alsof je bij moeder op visite bent.