Reisgids online

Tag - Sagrada Família

Gaudí en Picasso in Barcelona

Gaudí

‘Hij is geniaal of gek’ mopperde een docent over de jonge architectuurstudent Antoni Gaudí. Als je de gebouwen van de in 1852 in Reus bij Tarragona als zoon van een kopersmid geboren architect en ambachtsman ziet, kom je misschien wel tot de conclusie dat beide beweringen op waarheid berusten. Gaudí week al snel af van de traditionele architectuur van zijn tijd. De organisch woekerende vormen van zijn gebouwen, de fantastische kleuren, de plastische kracht en de uitbundige fantasie van zijn utopische ontwerpen riepen bij veel tijdgenoten negatieve reacties op. Het is dan ook niet zo raar dat hij tijdens zijn leven nauwelijks officiële opdrachten en prijzen kreeg. Wel zagen mecenassen als Eusebio Güell hoe geniaal Gaudí was en hielpen hem aan opdrachten (het Parc Güell, het Palau Güell en het Casa Milà staan tegenwoordig op de Werelderfgoedlijst van de Unesco).

Het leven van Gaudí zat vol tegenstellingen. Zo stond hij als jongeman bekend als levenlustige dandy, die veel belangstelling had voor revolutionaire ideeën en in atheïstische kringen verkeerde. Toch werkte hij vanaf zijn 31ste levensjaar aan de nog altijd onvoltooide Sagrada Família. Op latere leeftijd wijdde hij zich volledig aan de kerkbouw en leidde hij een steeds ascetischer leven. In 1926 overleed de ‘Dante van de architectuur’ nadat hij door een tram was aangereden.

 

Picasso

Hoewel de wereldberoemde kunstenaar in het Zuid-Spaanse Málaga werd geboren, in 1881, geldt hij ook als zoon van Barcelona. In 1895 vertrok hij met zijn familie naar Barcelona, toen zijn vader tot docent aan de kunstacademie La Llotja werd benoemd. Het artistieke talent van de jonge Picasso was ook toen al zo overtuigend dat hij op dertienjarige leeftijd op de academie werd ingeschreven. Het toelatingsstuk, waarvoor een maand was uitgetrokken, zou hij op één dag gemaakt hebben. In elk geval mocht hij gelijk een paar klassen overslaan.

De woning van de familie lag niet ver van de academie, vlak bij de Oude Haven, boven de arcaden van het gebouwencomplex Porxos d’en Xifre. Op het terras observeerde Picasso de omgeving en schilderde er de zee, het mediterrane licht, de daken en de straatjes van de oude binnenstad. Veel van deze vroege werken zijn nu in het Museu Picasso in Barcelona te zien. Op veertienjarige leeftijd had de jonge schilder al zijn eerste eigen atelier. Al snel maakte hij deel uit van de dynamische kunstenaarsscene van Barcelona, die zich meer verwant voelde met het avant-gardistische Parijs dan met het conservatieve, gezapige Madrid. Het trefpunt was café Els Quatre Gats, geïnspireerd op het Parijse Le Chat Noir, in een pand van de modernistische architect Puig i Cadafalch (het bestaat nog altijd). Hier had Picasso zijn eerste expositie, in 1900, en hij maakte de vignetten van de menukaarten van het café. In de rosse buurt rond de Carrer Avinyó deed de jongeman de ervaringen op die hem zouden inspireren tot zijn beroemde schilderij Les demoiselles d’Avignon (het bordeel van avignon). In 1904 vestigde Picasso zich definitief in Parijs, maar de tienjarige periode in Barcelona zou voorgoed zijn stempel zetten op zijn latere werk.

Eixample

Eixample is in de 19de eeuw opgetrokken als woonwijk voor de opkomende Catalaanse bourgeoisie.

De bouw van de wijk begon in 1859 naar ontwerp van Ildefons Cerdà, een jonge, progressieve ingenieur. Hij had een revolutionair project naar Amerikaans voorbeeld voor ogen: een moderne, lichte wijk, met grootschalige, in een schaakbordpatroon aangelegde straten, waarbij de mens in het middelpunt moest staan. Zijn ontwerp is tijdens het bouwen echter ingrijpend gewijzigd. Eixample is uniek door de prachtige gebouwen in de stijl van het Catalaanse modernisme. In het Quadrat d’Or, het Gouden Vierkant (ten zuiden van de Avinguda. Diagonal, tussen Aribau en Sant Joan), worden ruim 150 panden als monument beschermd, het ene nog mooier dan het andere. Maar Eixample is niet alleen een openluchtmuseum voor het modernisme. Winkels, galeries, restaurants, bars en terrassen, vaak in modern design, maken Eixample een heel levendige wijk.

Casa Amatller

Dit door Josep Puig i Cadafalch ontworpen gebouw (1898-1900) is een van de drie beroemde huizen aan de Passeig de Gràcia (gelegen tussen Consell de Cent en Aragó) die samen vaak Mançana de la Discòrdia, ‘Twistappel’, worden genoemd. Ze hebben die bijnaam gekregen omdat je erover kunt twisten welk van de drie het mooist is. De andere zijn Gaudi’s Casa Batlló en het Casa Lleó Morera van Lluís Domènech i Montaner. Het Casa Amatller laat zien dat het modernisme geïnspireerd is op de gotiek, de bouwstijl van de ‘gouden eeuw’ van Catalonië.

Passeig de Gràcia 41 / Casa Amatller / metro L2, L3, L4: Passeig de Gràcia

 

Casa Batlló

Ook dit door Antoni Gaudí tussen 1904 en 1906 verbouwde pand maakt deel uit van de Mançana de la Discòrdia. Voor dit fantasierijke gebouw, dat in 2005 op de Werelderfgoedlijst van Unesco is gezet, heeft Gaudí zich door de natuur laten inspireren. De golvende gevel is bedekt met glinsterende mozaïeksteentjes, de bizarre balkons en erkers zien eruit als beenderen en maskers, en de pilaren zijn net olifantspoten. Het dak lijkt op een enorm reptiel (een toespeling op Sant Jordi (St. Joris), de beschermheilige van de stad, als drakendoder.

Dagelijks geopend 9.00-20.00 uur (tijdens evenementen tot 14.00 uur) / toegang circa € 20,35 (inclusief audiogids) / Passeig de Gràcia 43 / Casa Batlló / metro L2, L3, L4: Passeig de Gràcia

 

Casa Lleó Morera

Het derde gebouw van de fantastische Mançana de la Discòrdia, ontworpen door Lluís Domènech i Montaner (1902-1906). Kunstig versierde gevel in zuivere modernismestijl, met een vrijwel onoverzienbare hoeveelheid bloemmotieven, geschilderd, in steen, stuc, glas, hout en keramiek.

Niet toegankelijk voor publiek / Passeig de Gràcia 35 / metro L2, L3, L4: Passeig de Gràcia

 

Casa Milà/La Pedrera

Gaudí’s beroemdste gebouw heeft als bijnaam La Pedrera, de ‘Steengroeve’. Het is een uit natuursteen gehouwen gebouw zonder dragende muren, met zware, golvende gevels, pilaren als boomstammen en balkons in de vorm van planten. Bij het ontwerpen van dit opmerkelijke gebouw liet de architect zijn uitbundige fantasie de vrije loop. Uniek is het (toegankelijke) dak, met schoorstenen die nu eens op totempalen en dan weer op gehelmde soldaten lijken – als een voorloper van omgevingskunst, en met een schitterend uitzicht. Het gebouw is in 1984 door de Unesco op de Werelderfgoedlijst gezet. Behalve het dak kun je een woning bezichtigen en het Espai Gaudí, met multimediale informatie over leven en werk van de meesterarchitect. Op de eerste verdieping vinden wisselexposities plaats. Om de vaak lange wachtrijen te omzeilen doe je er verstandig aan te reserveren (online).

Maart-oktober dagelijks 9.00-20.00 uur; november-februari dagelijks 9.00- 18.30 uur / toegang circa € 16,50, wisselexpositie op de eerste verdieping gratis / Passeig de Gràcia 92 / Casa Milà / metro L3, L5: Diagonal

 

Casa Terrades/Casa de les Punxes

Dit roodbakstenen pand uit 1905 van Josep Puig i Cadafalch vormt een link tussen de gotiek van Noordwest-Europa en Catalaanse tradities. Met zijn zes spitse torens, die eruitzien als heksenmutsen (vandaar de bijnaam Casa de les Punxes, Huis van de Punten), komt het excentrieke bouwwerk over alsof het thuishoort in een sprookje.

Niet voor het publiek toegankelijk / Avinguda Diagonal 416 / metro L3, L5: Diagonal

 

Fundació Tàpies

Antoni Tàpies, de belangrijkste hedendaagse kunstenaar van Catalonië, opende in 1990 zijn eigen museum. Het door de modernistische architect Lluís Domènech i Montaner ontworpen gebouw herbergt een van de grootste Tàpiescollecties ter wereld. Ook wisseltentoonstellingen met werk van internationale, vaak zeer actuele kunstenaars.

Dinsdag-zondag 10.00-19.00 uur / toegang circa € 7 / Aragó 255 / Fundació Tàpies / metro L2, L3, L4: Passeig de Gràcia

 

Hospital de Sant Pau

In 1902 ontwierp Lluís Domènech i Montaner een nieuw, voor die tijd revolutionair ziekenhuis. Omdat patiënten in frisse lucht en een groene omgeving sneller beter worden, bouwde hij 26 afzonderlijke ziekenafdelingen in een park. De gangen tussen de afdelingen en de dienstruimten liggen onder de grond. De architect besteedde veel aandacht aan de decoratie, omdat hij overtuigd was van de heilzame werking van kunst en kleur. De daken met hun torentjes zijn betegeld met keramiek en de toegangshal is rijk versierd met Mozaïek. Het tot 2009 als ziekenhuis benutte gebouwencomplex werd na een grondige restauratie in gebruik genomen als cultureel centrum.

Rondleidingen dagelijks 10.00, 11.00, 12.00 en 13.00 uur in het Engels, 11.30 uur in het Spaans / circa €10 / Sant Maria Antoni Claret 167-171 / Rutadel Modernisme / metro L5: Hospital de Sant Pau

 

Passeig de Gràcia

De Passeig de Gràcia is een mondaine flaneerboulevard met prachtige modernistische gebouwen, waaronder belangrijke monumenten als Gaudí’s La Pedrera. Tegelijkertijd is de straat een uitstalkast van de praalzucht van de bourgeoisie. Wie in de 19de eeuw in Barcelona iets te betekenen had, bouwde aan de Passeig de Gràcia een woonhuis of winkelpand. Nog altijd vind je hier exclusieve modewinkels, juweliers, luxehotels en chique restaurants (maar ook steeds meer fastfoodzaken en tapasbars).

Metro L2, L3, L4: Passeig de Gràcia

 

Sagrada Família

De Temple Expiatori de la Sagrada Família (Boetetempel van de heilige Familie), in opdracht van de zeer conservatieve St-Jozefvereniging gebouwd als bolwerk tegen het zondige libertinisme van het eind van de 19de eeuw, groeide met zijn paraboolvormige, hoog oprijzende torens uit tot het symbool van het modernisme en het wereldberoemde merkteken van Barcelona. Antoni Gaudí bouwde veertig jaar lang aan zijn onvoltooid gebleven levenswerk en nalatenschap, in zijn twaalf laatste levensjaren wijdde hij er zich zelfs uitsluitend aan. Toen hij in 1926 stierf, had hij alleen de apsis, een van de geplande achttien torens, de neogotische crypte en de aan de Geboorte van Christus gewijde oostgevel (Geboortefaçade) voltooid, ongeveer een tiende van het totaal.

Sindsdien is er verder gebouwd aan de kerk, gefinancierd door schenkingen en toegangsgelden. Als de bouw ooit voltooid zal zijn, biedt hij plaats aan tienduizend gelovigen. Dan zal ook een monumentale, 170 m hoge toren in de vorm van een recht overeind staande zeppelin het midden van de Sagrada Família bekronen. Optimistische prognoses gaan uit van 2026, het honderdste sterfjaar van Gaudí. Dan moet er ook een groot plein zijn aangelegd voor de geplande hoofdingang aan de Carrer Mallorca (waarvoor eerst nog wel een paar woonhuizen moeten worden afgebroken).

Inmiddels heeft de kerk een dak en is hij (in 2010) door de paus tot basiliek gewijd. Het dak van het spectaculaire schip rust op gigantische, naar de hemel reikende zuilen, die als bomen oprijzen. Dit is een constante factor in het werk van Gaudí, die de boom als zijn belangrijkste inspiratiebron zag. Naar boven toe vertakken de zuilen zich tot trechterachtige vormen, met daarin verwerkt glinsterend trencadís, het door Gaudí gebruikte scherfmozaïek. In deze monumentale omgeving lijkt de mens klein. Zelfs wie kritiek had op het doorgaan van de bouw is nu onder de indruk van de ruimte. Maar de na Gaudí’s dood opgetrokken gevels zijn nog altijd omstreden. Ook Le Corbusier, Walter Gropius en Salvador Dalí waren al tegen het verder bouwen aan de Sagrada Família na de dood van de architect. Er is nog steeds tegenstand, vooral tegen de sculpturen van beeldhouwer Josep María Subirach op de lijdensgevel (de noordgevel). Die zijn meer kitsch dan kunst, klagen de tegenstanders, die bang zijn dat er een soort ‘Gaudíland’ ontstaat, een attractiepark voor de duizenden bezoekers die elke dag door de kerk geloodst worden. Het is onmogelijk te zeggen hoe Gaudí gewild zou hebben dat de kerk er uiteindelijk uitzag (ook tijdens de bouw bracht hij steeds veranderingen aan). De voorstanders voeren een dat Gaudí’s organische architectuur geometrische wetten volgt, die ontrafeld zouden zijn en nu in de praktijk worden gebracht. Gaudí zelf vond dat zijn enorme kerk in de traditie stond van de middeleeuwse kathedralen, waarvan de voltooiing generaties lang duurde. Voor hem was zijn werk een ‘preek in steen’. Inderdaad is elk architectonisch element geïnspireerd door natuur, religie of mystiek. Om de torens op te komen moet je in de rij staan voor de lift, alleen voor de afdaling mag je de trap gebruiken.

April-september dagelijks geopend 9.00-20.00 uur; oktober-maart dagelijks geopend 9.00-18.00 uur / toegang circa €13,50, inclusief rondleiding circa €18, lift €2,50 / Plaça de la Sagrada Família / Sagrada Família / metro L2, L5: Sagrada Família